Wat is finale energie?

Vroeger sprak men over primaire energie bij het onderverdelen van bedrijven in energie-intensieve en niet energie-intensieve bedrijven. Vandaag heeft men het over finale energie.

Primaire energie

Een bedrijf kan verschillende energiedragers laten leveren op zijn site: elektriciteit, aardgas, gasolie en dergelijke. Van al deze energiedragers wordt berekend hoeveel primaire energie zij vertegenwoordigen en vervolgens wordt de som gemaakt. Voor fossiele energie is er geen verschil tussen primaire en finale energie, maar wel voor elektriciteit.

Voor de omrekening van een hoeveelheid verbruikte elektriciteit naar primaire energie gaat men rekening houden met een fictief rendement van een fossiele centrale, dat op 40% werd vastgelegd. Uiteraard wordt er ook elektriciteit opgewekt zonder uitstoot van CO2, en alle fossiele centrales op een hoop gooien qua rendement is ook niet correct. Maar je zou wel kunnen argumenteren dat de besparing die je doet door het uitvoeren van een energiebesparende maatregel neerkomt op een besparing van fossiele energie, als er altijd een fossiele centrale meedraait. Fossiele centrales zijn duurder om uit te baten, dus als er minder elektriciteit wordt gevraagd, zijn zij de eerste die worden stilgelegd.

Voor de omrekening van een megawattuur (MWh) aan elektriciteit moet je eerst vermenigvuldigen met 3,6 om om te rekenen naar gigajoue (GJ), en vervolgens delen door 40% voor het centralerendement, oftewel vermenigvuldigen met 9.

Primaire energie en finale energie voor brandstoffen wordt berekend door de onderste verbrandingswaarde (ovw) te nemen. Aardgas bijvoorbeeld wordt door de leveranciers gefactureerd als MWh bovenste verbrandingswaarde. Om om te rekenen naar GJ primaire energie moet je vermenigvuldigen met 3,6 (omrekening van MWh naar GJ) en vervolgens met 0,903 (dit is typisch de verhouding van energie onderste en bovenste verbrandingswaarde), oftewel vermenigvuldigen met 3,2508.

Door de zo bekomen waarde, uitgedrukt in GJ primaire energie, te delen door 1 miljoen, kan je ze omzetten naar PJ (petajoule).

Finale energie

Voor het berekenen van de hoeveelheid finale energie die een vestiging verbruikt, moet je enkel rekening houden met de energie die op de site zelf wordt geleverd. In het geval van elektriciteit moet je dus geen rekening meer houden met het centralerendement. Het aantal elektrische MWh moet je dus vermenigvuldigen met 3,6 om om te zetten naar GJ finale energie.

Voor omrekening van fossiele brandstoffen gebruik je de methode die hierboven uitgelegd werd.

Wat betekent dat nu voor een bedrijf?

Door 0,1 PJ finale energie als grens te nemen in plaats van 0,1 PJ primaire energie, zullen minder bedrijven als energie-intensief worden beschouwd. Langs de andere kant krijgen meer bedrijven die niet energie-intensief zijn ook verplichtingen opgelegd wat betreft energieaudits.

Energie-efficiëntieverplichtingen voor bedrijven vanaf 2023

Energie-efficiëntieverplichtingen voor bedrijven vanaf 2023

Vanaf 2023 wordt nieuwe energiewetgeving van kracht voor bedrijven. Deze legt verplichtingen op voor het uitvoeren van energieaudits in functie van het finale energieverbruik. Bedrijven met een finaal energieverbruik van meer dan 0,1 PJ (petajoule) per jaar worden beschouwd als energie-intensief; zij moeten een Energieplan (laten) opstellen dat vier jaar geldig is.

Deze energie-intensieve bedrijven hebben eveneens de keuze om deel te nemen aan de Energiebeleidsovereenkomsten (EBO), hetgeen betekent dat er naast een Energieplan ook enkele andere eisen worden opgelegd in ruil voor enkele financiële voordelen. Hierover hebben we bericht in een vorige post.

Verder moeten deze bedrijven een Energiestudie laten opstellen voor nieuwe geplande installaties, wanneer de nieuwe installatie een verwacht energieverbruik heeft van meer dan 10 TJ (terajoule). Hierbij wordt uitgaande van de plannen en technische specificaties gekeken of de best beschikbare technieken werden toegepast. Is dat niet zo en blijken aanpassingen aan de installaties rendabel, t.t.z. een IRR van meer dan 13%, dan moeten die aanpassingen geïmplementeerd worden in de nieuwe installatie. De energiestudie moet samen met de omgevingsvergunningsaanvraag worden ingediend.

Ook wanneer een bedrijf niet-energie-intensief is maar een nieuwe geplande installatie ervoor zorgt dat het totale energieverbruik boven de 0,1 PJ uitstijgt, moeten een energiestudie laten opstellen voor de nieuwe installatie, maar ook een energieplan voor de bestaande installaties! Dit is een wat speciaal geval.

 

Versterkte wetgeving voor niet-energie-intensieve bedrijven

Bedrijven die minder dan 0,1 PJ finaal energieverbruik per jaar hebben krijgen onder de versterkte wetgeving ook een aantal verplichtingen opgelegd, om ook deze bedrijven te stimuleren maatregelen te nemen om hun energie-efficiëntie te verhogen. Ligt het jaarverbruik tussen 0,05 en 0,1 PJ, dan zal een energieaudit verplicht worden, waarbij rendabele maatregelen moeten worden uitgevoerd. Ligt het jaarverbruik tussen 0,02 en 0,05 PJ, dan wordt er een onderscheid gemaakt tussen Grote Ondernemingen (GO) en KMO’s.

Grote Ondernemingen dienen een energieaudit te laten uitvoeren, ongeacht hun finale energieverbruik, met uitvoering van rendabele maatregelen – behalve als ze energie-intensief zijn, dan gelden de verplichtingen van hierboven. Dit is een verstrenging ten opzichte van voorheen in die zin dat vroeger de audit wel verplicht was maar dat er geen verplichting bestond voor het uitvoeren van maatregelen. Vanaf 2023 wordt dat dus wel het geval.

KMO’s met een jaarverbruik tussen 0,02 en 0,05 PJ hoeven geen energieaudit te laten uitvoeren maar moeten enkel een energiebalans opstellen. Hoe dat die energiebalans eruit zal zien moet nog vastgelegd worden. Tussen ons gezegd en gezwegen, ook voor deze bedrijven is het nuttig om een energieaudit – of een lichte vorm hiervan, een energiescan – te laten uitvoeren; op die manier krijgen de bedrijven tips om energie te besparen en weten ze waar de pijnpunten liggen.

Bedraagt het finale energieverbruik minder dan 0,02 PJ, dan gelden geen verplichtingen voor KMO’s. Wel voor Grote Ondernemingen, zoals al gezegd.

Een overzicht vind je in onderstaand schema, dat terug te vinden is op energiesparen.be.

schema met verplichtingen die gelden voor bedrijven wat betreft energieaudits

Energiebeleidsovereenkomsten 2023-2026 – Principiële goedkeuring van de ontwerpteksten

Op 8 juli heeft de Vlaamse Regering de ontwerpteksten voor de nieuwe EBO’s goedgekeurd. Het ambitieniveau van de nieuwe energiebeleidsovereenkomsten wordt opgetrokken, en de doelgroep wordt verbreed naar alle energie-intensieve ondernemingen. Daarnaast wordt de definitie van rendabele maatregelen verstrengd en is er een verbreding naar zowel het thema rond warmtevraag en restwarmteaanbod als naar het klimaatthema. Over deze energiebeleidsovereenkomsten wordt het advies ingewonnen van de SERV en van de Minaraad. De Vlaamse minister bevoegd voor Energie zal ze overmaken aan het Vlaams Parlement voor bespreking.

 

Belangrijkste verschillen met de huidige EBO’s:

  • De EBO’s zijn voor alle energie-intensieve ondernemingen, daar waar het voorheen beperkt was tot bedrijven met bepaalde activiteiten (NACE-codes)
  • Het criterium energie-intensief wordt gewijzigd: daar waar het vroeger 0,1 PJ primaire energie was, wordt dat vanaf 2023 0,1 PJ finale energie. Er wordt hierbij enkel rekening gehouden met de energie die tot aan de grenzen van het bedrijf wordt geleverd, en niet meer met het opwekkingsrendement. Concreet voor elektriciteit betekent dat dat er niet meer met een gemiddeld centralerendement van 40% wordt gerekend. Ook brandstoffen die in het productieproces worden ingezet als grondstof en dus niet omwille van de verbrandingswaarde, worden niet meer meegeteld. Deze wijzigingen gelden enkel om te bepalen of een bedrijf energie-intensief is, voor de berekening van de primaire-energiebesparing van een maatregel verandert er niets.
  • De criteria voor rendabiliteit van een maatregel worden verstrengd: een maatregel wordt als rendabel beschouwd wanneer de IRR (interne rentevoet) groter is dan 10,5% voor niet-VER-bedrijven, en 12% voor VER-bedrijven.

 

Timing:

  • voor 1 april 2023 dienen bedrijven een Plan van Aanpak in en stellen een energiedeskundige aan
  • Ten laatste negen maanden na aanvaarding van de energiedeskundige dient het bedrijf een Energieplan in, dus ongeveer ten laatste tegen 31 december
  • Voor 1 oktober 2023 levert het bedrijf data over de warmtevraag en het restwarmtepotentieel
  • Tegen 1 mei 2024 brengt de onderneming verslag uit over de voortgang aangaande de maatregelen

 

Wees er op tijd bij als je met ons wil samenwerken; door het feit dat alle EBO-bedrijven een energieplan moeten laten opstellen in 2023 en er ook een aantal nieuwe bedrijven bij zijn, zullen de agenda’s snel gevuld geraken!

 

https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/